
| Antwoord van het ABVVV |
|
|
|
|
Geachte heer Everaert Het is duidelijk dat LDD door te pleiten voor een afschaffing van de onroerende voorheffing een gevoelige snaar raakt. Ik heb zeker begrip voor sommige argumenten uit de interessante studie waarnaar u verwijst. Het bezit van een woning maakt bovendien ook voor bejaarden dikwijls een wereld van verschil tussen armoede of het behoud van een behoorlijke levensstandaard. Anderzijds is pleiten voor een afschaffing wat kort door de bocht. De onroerende voorheffing is samen met de aanvullende gemeenteheffing op de personenbelasting de belangrijkste inkomensbron voor de gemeenten. Een afschaffing zou dus moeten gecompenseerd worden door een verhoging van andere belastingen, wellicht van de aanvullende inhouding op de personenbelasting. Dit laatste komt in de praktijk vooral neer op een belastingverhoging voor de loontrekkenden. De onroerende voorheffing is ook een belasting die niet kan ontdoken worden en die ook sommigen inwoners van de gemeente aanspreekt die geen personenbelasting betalen(bv Europese ambtenaren als ze eigenaar zijn) of die dikwijls een onderschat inkomen uit arbeid aangeven(sommige zelfstandigen). Kortom , ik kan U zeker volgen in uw betoog dat er niet kan overdreven worden in de belastingheffing op de enige woning( en het verschaffen van een eigen woning moet zelfs fiscaal aangemoedigd worden), maar het lijkt me niet realistisch om te pleiten voor een afschaffing van de onroerende voorheffing zonder een realistisch en sociaal alternatief aan te reiken. Voor populistische partijen zoals LDD is dit uiteraard het laatste van hun zorgen. Ze bespelen gretig thema's waarvan ze weten dat er een ( soms begrijpelijke) ontevredenheid over bestaat bij veel mensen en zwijgen zedig over de gevolgen van hun voorstellen. Met vriendelijke groeten Luc Voets
|





